Skip to content

Stampende stilte

27 februari 2010

Ode aan de liefde

Gisterenavond zag ik de wervelende dansvoorstelling Stampende stilte van het Internationaal Danstheater (IDT). Stampende stilte is een ode aan de liefde. Het gaat vooral om het uitbeelden van emoties en bij de liefde kun je daarmee vele kanten op. Het was een schitterend optreden met sterke wisselingen van ingetogenheid en uitbundigheid en met gevarieerde dans- en muziekstijlen uit alle windstreken. Uitbundige, imponerende, lichtvoetige Oost-Europese dansen, een stampende Turkse dans en gepassioneerde, verleidelijke, sensuele dansen uit Zuid-Europa en Latijns-Amerika, werden afgewisseld met eigentijdse discobeats en de Lindy Hop, een Afro-Amerikaanse dansstijl uit de twintiger jaren. Daar tussendoor waren momenten van intense stilte, een magnifieke verbeelding van adelaars en de paringsdans van de kraanvogel. In een bos van mensen werd een regenbui gemaakt met handgeluiden. Prachtig uitgevoerd in een sfeervolle setting, hoewel de donder minder overtuigend klonk dan in een filmpje dat ik op YouTube zag van het Sloveense a capella koor Perpetuum Jazzile, dat hetzelfde deed. De hartslag van het razend kloppende verliefde hart werd overtuigend verklankt door een aantal Japanse shime daiko’s (kleine trommels). Tussendoor speelde het verhaal van een jongen en een meisje die elkaar ontmoeten, verleiden, aantrekken, afstoten en elkaar uiteindelijk vinden. Ze maakten veelvuldig gebruik van gebarentaal en gezongen ‘onzintaal’, want eigenlijk zijn er geen woorden nodig om de universele taal van de liefde uit te beelden.

Het orkest was virtuoos. Een geweldige accordeonsolo, passioneel gitaarspel, mysterieuze klanken van de Slowaakse reuzenfluit fujara… het was een feest voor mijn oren!

Als je weet waar je naar kijkt en luistert, zie en hoor je meer

Van te voren was ik naar de inleiding van twee van de vier regisseurs geweest. Truus Tullemans en Thérèse van Altena-Laurant gaven een toelichting op de totstandkoming van het dansprogramma en op de verschillende fases die de dansers uitbeelden. Ze gingen in op het dansprogramma, de ideeën, de zoektocht naar dansen, rituelen, emoties en verschijningsvormen van de liefde die ze konden gebruiken om de ode aan de liefde uit te beelden. Daarna lichtten ze de choreografie toe. Het programma begint in een fabriek, koud, ijzig, mensen zijn een soort robots, vertelden de regisseurs. Had ik dat niet geweten, dan was dat aspect vermoedelijk aan me voorbij gegaan, omdat de kleding en vooral de hoofddeksels van de dansers niet mijn idee van robots weergaven. In die kilte heb je elkaar nodig om mens te zijn, om warm te worden. Dat gebeurt door middel van een opzwepende Hongaarse groepsdans waarbij een meisje zich van de groep afscheidt omdat ze een jongen heeft gezien waarmee ze alleen verder wil gaan. Dan volgt de ontmoeting aan de hand van een Hongaars liedje en een lichtvoetige sprongdans, de Ugros, met begeleiding van een mondharp. Ik ken de mondharp en de klank ervan omdat ik de Zeeuwse mondharpist Phons Bakx heb zien optreden. De mondharp is zo klein dat je ‘m amper ziet, zeker niet als je hem bespeelt. De liefdesverklaring en het verleiden worden vertolkt door een traditioneel liefdeslied, de Bamberas, en de flamenco uit Spanje, waarna de Japanse drums de taal van het hart verklanken. Dan wordt ineens een sprong gemaakt naar onze tijd, een disco in de Balkan, met Balkan beats. Tijdens die disco loopt een ruzie uit op een arrestatie (als ik deze achtergrond niet had geweten had ik er zeker anders naar gekeken), waarna de frustratie daarover indringend wordt verklankt door een  virtuoze Macedonische accordeonsolo. De woede wordt verbeeld door in het zwart geklede dansers en danseressen die een stampende Oost-Turkse rijdans in Horonstijl uitvoeren, waarin de golfbewegingen van de Zwarte Zee worden verbeeld.

Na de pauze gaat deze dans door, maar dan met in wit geklede dansers die naar het uiteindelijke moment van bezinning dansen, vertelden de regisseurs. Dan volgt de stilte. De regisseurs attendeerden op het gebruik van het licht en gaven een toelichting op de gebarentaal die door de dansers wordt gebruikt om het liefdeslied uit te beelden. Het volgende stuk is een ontroerend mooie verbeelding van vrijheid, kracht en vastberadenheid: ik heb mijn keuze gemaakt en ik ga ervoor. Drie danseressen op grote hoogte in diffuus licht verbeelden het klapwieken van de adelaar, een bewerking van een traditionele Mongoolse mannendans. Die wordt voortgezet door een Montenegrijnse parendans van de jongen en het meisje, geënt op het baltsgedrag van de kraanvogel. Dat gebeurt zonder muziek en de kunst is om alle bewegingen precies tegelijkertijd uit te voeren. Dan volgt een fluitsolo op de fujara, een Slowaakse reuzenfluit, die vroeger werd gebruikt om elkaar boodschappen door te geven, net zoals de midwinterhoorn ook ooit die functie had. Het geluid van de stilte eindigt met Servische dansen die het vertrouwen in elkaar verbeelden. Passie,verleiding en uiteindelijk versmelting worden uitgebeeld met, hoe kan het ook anders, de tango. Het leven samen kan beginnen. Dat wordt tenslotte uitbundig gedanst met de Lindy Hop, een samensmelting van Charleston, jazzdans en tapdans.

Ik ben blij dat ik de toelichting heb bijgewoond, want ik denk dat ik nu meer heb gezien en gehoord dan wanneer ik niets van de achtergronden en het verhaal had geweten. Maar had ik het niet geweten, dan had ik toch net zo genoten als ik nu heb gedaan.

Zie ook het artikel over Stampende stilte in de PZC.

No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: